Handige Tips & Tricks ter illustratie

Oefenvragen 

Hieronder tref je een aantal oefenvragen die het niveau laten zien van de oefenstof van de eerste paar blokken van de opleiding. 
Wij zullen tijdens de cursus elke student die minimaal pakket 2 aanschaft voorzien van een set oefenvragen, waarmee jouw kans op slagen exponentieel toeneemt! 

1. Het sereuze vlies dat het hart bekleedt, wordt direct omgeven door:

a) bloed
b) kraakbeen
c) spieren
d) vocht dat door het sereuze vlies wordt geproduceerd

2. Welk van onderstaande gewrichten heeft minder dan 3 bewegingsassen ?

a) kniegewricht
b) heupgewricht
c) art. sternoclavicularis
d) schoudergewricht

3. Waar wordt in een synoviaal gewricht hyaline kraakbeen aangetroffen?

a) langs de binnenzijde van de membrana synovialis
b) op de articulerende delen van de botstukken
c) langs de membrana fibrosa
d) uitsluitend in een discus of meniscus

4. Bij het 150° zijwaarts heffen van de arm vindt de beweging plaats in:

a) uitsluitend de art. humeri (schoudergewricht)
b) uitsluitend de art. sternoclavicularis
c) uitsluitend de art. acromioclavicularis
d) de art. sternoclavicularis én de art. humeri

5. Welk orgaan(deel) bevindt zich niet intraperitoneaal ?

a) Colon transversum
b) Milt
c) Lever
d) Colon descendens

6. Via welke structuur is een long niet aan het mediastinum bevestigd?

a) vv. pulmonalis
b) tertiaire bronchus
c) a. pulmonalis
d) lig. pulmonale

7. Welk orgaan wordt door het portale stelsel gedraineerd?

a) gehele oesophagus
b) bijnier
c) nier
d) pancreas

8. In welk van onderstaande ganglia wordt geschakeld, met andere woorden, welke ganglia bevatten synapsen (meerdere antwoorden mogelijk)?

a) een ganglion van de truncus sympathicus in de hals
b) een ganglion van de truncus sympathicus op het niveau van T5
c) het ganglion trigeminale
d) het ganglion spinale op het niveau van L2
e) een parasympathisch ganglion in het hoofd
f) een ganglion bij de truncus coeliacus

9. Tijdens de isovolumetrische contractiefase van het hart zijn:
a) De AV-kleppen dicht en de halfmaanvormige kleppen dicht 
b) De AV-kleppen open en de halfmaanvormige kleppen dicht 
c) De AV-kleppen dicht en de halfmaanvormige kleppen open 
d) De AV-kleppen open en de halfmaanvormige kleppen open 

10. Hartspiercellen kunnen niet in spierkramp geraken omdat: 
a) Ze autonoom contraheren 
b) Ze niet onder neurale en hormonale invloeden staan. 
c) De refractaire periode eindigt op het moment dat de hartspier ontspant 
d) De refractaire periode eindigt voordat de hartspier de maximale spierspanning bereikt. 

11. Bij een verlaging van de bloeddruk in de “carotic sinus”vindt er een afname plaats in:
a) Hartfrequentie
b) Contractiliteit van het hart
c) Veneuze compliantie
d) Cardiac output

12. Als de K+ permiabiliteit van de cellen in de sinusknoop toeneemt:
a) Wordt het potentiaalverschil over de celmembraan kleiner
b) Daalt de hartfrequentie
c) Wordt het interval tussen atrium en ventrikelcontractie langer
d) Wordt de duur van de P-top langer

13.  Vaatspanning staat onder autonome controle. Dillatatie of constrictie wordt bepaald door het samenspel van een neurotransmitter en een receptor. Welke combinatie veroorzaakt vasoconstrictie in de niet gebruikte spieren tijdens inspanning:

a) Norepiniphrine in de a1-receptor
b) Acetylcholine in de a1-receptor
c) Norepinephrine op de B1 –receptor
d) Acetylcholine in de a1-receptor

 

 

 

Juiste antwoorden: 1-d, 2-a, 3-b, 4-d, 5-d, 6-b, 7-d, 8-a,b,e,f, 9-a, 10-c, 11-a,12-b, 13-a

 

 

 

 

Contact

Decentrale Selectie Geneeskunde Training
Korte Lijnbaansteeg 3
1012SL Amsterdam